Dag 2 van Suikerrock 2026 had op papier alles om een feestje te worden. Met Portland, Sylvie Kreusch, De Jeugd van Tegenwoordig, Arsenal, The Kooks en Editors stond de Mainstage van ’s namiddags tot diep in de nacht gevuld met Belgische klasse, Nederlandse eigenzinnigheid en Britse indie. En toch draaide de dag uiteindelijk vooral rond één ding: sfeer. Soms zat die er meteen in, soms moest ze met veel moeite uit het publiek worden getrokken.
Portland mocht de Mainstage betreden na Lézard, die -ondanks de lage opkomst door het vroege middaguur- alles van zichzelf gaven en amusante funky show presenteerden. Ze bewezen klaar te zijn voor het grotere werk. Wanneer Portland het hoofdpodium betrad, was het terrein nog rustig aan het vollopen. Het publiek stond wat versuft te puffen in de blakke zon en tijdens “Killer’s Mind” kwam het applaus eerder voorzichtig op gang. Jente Pironet liet het echter niet zomaar gebeuren. De frontman gooide zich met steeds meer overgave in de set en ging letterlijk tot het uiterste. Geen spectaculaire start van de festivaldag, wel een degelijke set van een band die er alles aan deed om Tienen wakker te krijgen.
Alsof het een voorteken was: “Misfits” pronkte op de achterzijde van het shirt van Faberyayo. En dat was het zeker. Na een lauwe ontvangst door het Tiense publiek wist De Jeugd van Tegewoordig hoe laat het was. “We komen er wel. Ik zie geen applaus. Ze haten ons.” En hoe langer de set duurde, hoe meer de ergernissen de kop opstaken. Mensen in het publiek werden terechtgewezen omdat ze neerzaten, een Editors-fan op de eerste rij moest het ontgelden omdat hij liever een boek las dan naar een slecht afgestelde geluidsmix te luisteren. En eerlijk: we konden hem best begrijpen. De sfeer was met momenten dezelfde als die in een bibliotheek. Nee, ook “Gekke Boys”, “Manon” of “De Formule” konden het verdronken kalf niet redden. De Jeugd van Tegenwoordig en Suikerrock, da’s een beetje zoals een slechte Tinder-date. Per ongeluk aan elkaar gekoppeld en je wil dat het zo snel mogelijk over is.
Swipe, next. Gelukkig was er Arsenal. Een vol plein zakte af naar het hoofdpodium om de dansbenen los te gooien en daar hoefde niemand lang op te wachten. Het collectief rond John en Hendrik is ondertussen zo’n vaste waarde dat je bijna vergeet hoe straf het eigenlijk is dat ze een festivalweide nog altijd zo makkelijk in beweging krijgen. Met klassiekers als “Lotuk”, “Estupendo”, “Melvin” en “Longee” zit het repertoire natuurlijk goed. Het resultaat: een set die vooral doet waarvoor ze bedoeld is. Mensen laten dansen. En dat lukte uitstekend.
The Kooks leken in het begin te kampen met hetzelfde soort lauwe reacties van het publiek waar ook De Jeugd van Tegenwoordig mee te kampen had. Maar in tegenstelling tot die laatste is en blijft Luke Pritchard een sympathieke Brit en bleef hij zijn uiterste best doen om iedereen in opperste sfeer te krijgen. En dat werd beloond. Middenin de set nam Pritchard zelfs de tijd om een “Best Of”-album van de band te signeren. De set was evenwichtig opgebouwd, met voldoende ruimte voor de klassiekers uit de eerste twee studioalbums. Oké, het meezingmoment bij “Seaside” ging de mist in, maar het publiek gaf gelukkig wel alles bij het afsluitende duo “Ooh La” en “Naïve”. Het bleef wat braaf, zowel op als naast het podium, maar iedereen nu tenminste wél opgewarmd voor de headliner en publiekslieveling.
Vrijdag nog op de Lokerse Feesten, zaterdag op Suikerrock. Editors houden van België en vice versa. Dat een groot deel van het publiek speciaal voor de Britten naar Tienen was afgezakt, werd vanaf “The Racing Rats” pijnlijk duidelijk voor iedereen die voordien nog twijfelde. Waar de sfeer bij sommige passages van de dag maar moeilijk op gang kwam, hoefde Tom Smith amper moeite te doen. De handen gingen meteen de lucht in, de teksten werden luidkeels meegezongen en Editors trok de Mainstage zonder omwegen naar zich toe. Muzikaal en visueel zat het goed. Dreigende beelden en donkere klanken overheersden in een zeer gebalanceerde set. Nieuwe nummers als “The Rush” zijn nu al niet meer weg te denken en past perfect binnen het rijtje klassiekers. Met “No Sound But the Wind” kreeg de band Tienen in zijn greep, om ze vervolgens helemaal lost te laten gaan op de tonen van “Papillon”. Een waardige afsluiter voor Suikerrock.
Beeldmateriaal: ©Jokko en ©Jens Baert








